Van harte welkom, catechist of geïnteresseerde

Op deze website vind je heel wat interessante info of concreet materiaal.

De visietekst op vormsel vind je links bovenaan onder “werktekst catechese”.

In de kolommen links en rechts kan je terecht voor meer info rond catechese bij het doopsel, de eerste communie of het vormsel.

Home

De zeven gaven van de Geest

Wat
Een doorschuifsysteem met activiteiten die ongeveer 15 minuten duren.

De zeven gaven van de Geest worden op een creatieve manier uitgewerkt, zodat de kinderen ten volle de betekenis begrijpen.

 

Het is belangrijk het geheel in de catechistenploeg te bespreken en de taakverdeling zo te maken dat ieder zich goed voelt bij zijn/haar onderdeel. Zo heb je ook weet van de andere deelactiviteiten. Ook inhoudelijk kun je elkaar hierbij steunen, als je dit in de catechistengroep voorbereidt.

Spreek een duidelijk doorschuifsignaal af, maak een plannetje voor de vormelingen met daarop de volgorde van doorschuiven.

Catechese met volwassenen

Samen met de catechisten wordt het gebed om de Geest gelezen. Er wordt aan de catechisten gevraagd welke van die gaven zij het belangrijkste vinden in hun leven en waarom.

 

 

God en Vader,

U bent sterk in liefde

en ons steeds zo trouw nabij.

Bij ons doopsel hebt U ons nieuw leven geschonken

uit water en heilige Geest

en ons als uw kinderen aangenomen.

Wij bidden U:

zend vandaag over onze vormelingen

uw heilige Geest,

de Trooster en Helper.

Geef hun de geest van wijsheid en inzicht,

de geest van raad en sterkte,

de geest van kennis en vroomheid

en vervul hen

met eerbied voor uw heilige Naam.

Dit vragen wij U door Jezus,

uw Gezalfde en onze Heer.

 

Het gebed om de Geest is gebaseerd op Jesaja 11,1-3a. Het is een mooi voorbeeld van hoe elke liturgische taal uiteindelijk op de Bijbel is gebaseerd.

Voor wie meer wil weten

Wat wordt verstaan onder ‘de gaven van de Geest’?

Geest, Roeach, heeft in het boek Jesaja verschillende betekenissen. Allereerst is het een meteorologisch begrip dat ‘wind’ betekent. Nu is de ‘wind’ in Gods mond zijn ‘adem’

Meer theologisch zijn er teksten die over de Geest van de Heer spreken als over een levenskracht. Die levenskracht wordt vaak gezien als volmachtgevend woord van JHWH. Gods ‘roeach’ geeft op die manier blijvend gezag aan een Messiaanse profeet. In die zinnen kunnen we roeach hier vertalen door ‘volmacht’.

In minder zware theologische teksten wordt Roeach eerder psychologisch benaderd en kan de term vertaald worden als ‘hart’ of ‘gemoed’. Ook kan de geest gewoon de persoon zelf aanduiden, met ‘zijn geest’ wordt dan gewoon JHWH zelf bedoeld.

Zoals je ziet, een kleurrijk geheel van betekenisverschillen en – varianten. Belangrijk is in elk geval de concrete achtergrond van het woord. De roeach is niet zomaar storm of wind maar het bedoelde elementaire natuurgeweld zelf. In deze teksten is het ook duidelijk dat de roeach in de eerste plaats als ‘iets van God’ wordt gezien. De mens is daarbij slechts roeach in dynamische verbondenheid met zijn God.

 

Dit leidt ons automatisch naar de vraag hoe we de roeach in Js 11,2 kunnen verstaan. Om dit te achterhalen kijken we naar de context: Js11, 1 – 9.

Op het einde van Js 10 wordt duidelijk dat het gedaan is met het koningshuis van David. Van het trotse ‘huis van David’ rest alleen nog maar een stronk, maar uit die stronk zal iets radicaal nieuws groeien, een Messiaanse koningsfiguur.

Die ideale koning ziet wat er onder de oppervlakte schuilt. Deze ideale koning wordt getypeerd door een opsomming van geestesgaven.

Ze vormen drie paren

 

Een geest van wijsheid en inzicht

Een geest van beleid en sterkte

Een geest van kennis en ontzag voor JHWH

 

Wat wordt bedoeld met elk paar?

Wijsheid en inzicht zijn zo goed als synoniem. Maar misschien kan men wel zeggen dat wijsheid eerder het doorzicht is voor de alledaagse omstandigheden terwijl inzicht eerder betrekking heeft op de intellectuele bekwaamheid om een situatie grondig te analyseren en op basis daarvan de juiste beslissingen te treffen.

Raad en sterkte zijn complementair te zien. De ideale koning zal uitmunten door zijn beleid of raad; hij zal de kunst verstaan om goede plannen te maken en de juiste beslissingen te treffen. Daarnaast zal hij opvallen door zijn sterkte of vitaliteit, de energie waarmee hij alles ten uitvoer zal brengen.

Met andere woorden waar wijsheid en inzicht eerder duiden op de ideale rechter, tekenen raad en sterkte veeleer de koning bij uitstek. Die ideale rechter en koning haalt echter zijn bijzondere gaven vanuit het derde en laatste begrippenpaar: kennis en ontzag voor JHWH.

Kennis mag hier echter niet begrepen worden in de moderne zin dat kennis ziet als macht hebben over. Het gaat hier om de ‘vernemende’ activiteit van de mens. Door het ontvangend omgaan met de werkelijkheid, blijft de schepping niet meer stom maar ‘spreekt het al een taal die leeft’. Uiteindelijk is het luisteren naar God zelf die spreekt in de schepping.

Deze kennis wordt bijna automatisch gelinkt aan een ander centraal begrip van het JHWH -geloof, het ontzag voor God. Het gaat hier niet om schrikken en beven maar om eerbiedig opkijken naar het werk van God.

Drie maal twee paren maakt nog maar zes eigenschappen van de Geest, hoe komt men dan aan zeven? In de originele tekst wordt het belang van het ontzag voor de Heer onderstreept door een herhaling. De Griekse en Latijnse vertaling hebben deze dubbele vermelding met andere woorden vertaald; de tweede keer met ontzag voor JHWH, de eerste keer met godsvrucht. Zo kwam men tot zeven gaven van de Geest.

 

(naar Frans Lefevre, De gaven en de vruchten van de Geest (Js 11,2). Beknopte Bijbelse vertaling naar het vormsel toe. In Collationes -december 1981).

 

Hierna wordt gevraagd in hoeverre men zich ontvankelijk opstelt voor die gaven: bid ik om die gaven? Laat ik er mij nog steeds door vormen? Doe ik er iets mee?

 

Catechese met vormelingen:

troost:
* Lees volgende tekst voor:

God droogt tranen en zegt dag na dag

hoeveel Hij van me houdt.

Hij staat dag na dag met open armen

klaar om mij op te vangen

en aan zijn hart te sluiten.

Hij is een trouwe God

en schenkt zijn troostend hart aan mij.

Mocht ik net zo trouw worden als Hij

om mensen die lijden te troosten.

* We laten een aantal foto’s zien van handen die troosten: we ordenen ze in troost
geven en troost krijgen.

* Gesprekje over volgende vragen:

Heb je zelf al ooit iemand getroost?

Heeft iemand jou al eens getroost?

Vind je troosten gemakkelijk? Wat is er gemakkelijk/moeilijk aan?

Durf je tonen dat je verdriet hebt?

* Afsluitende tekst

Soms heb ik zoveel verdriet dat ik er helemaal vol van ben en aan niets
anders meer denken kan. Een jong kind mag huilen, maar als je ouder bent
moet je flink zijn en horen tranen er zo niet meer bij. Dan denk je: Waar zijn
al m’n trouwe vrienden?

Met een beetje geluk vind je dan iemand, die zonder veel vragen naar je luistert, die je laat uithuilen en daarbij de juiste woorden en gebaren vindt. Door elke traan die zo iemand droogt, voel je je lichter en meer getroost

Ook Jezus deed zo. Hij liet niemand ooit zitten met z’n verdriet.

Hij had medelijden en koos ervoor het beste van zichzelf te geven voor wie angstig, eenzaam of

verdrietig was.

Reken er maar op dat Hij er ook voor jou steeds zal zijn.

vergeving vragen:

* In elke situatie, die voorgelezen wordt, probeert de vormeling in de ik – vorm
de schuld te verwoorden van de persoon uit het verhaal.

 

situatie 1:

Het circus is in de stad. Annelies ziet dat kinderen binnen mogen voor slechts 4 euro. Dat is niet zoveel, denkt ze, ik zal zeker mogen gaan van mama en papa. Haar ouders beslissen echter dat het niet mag, ze heeft de laatste tijd al zoveel leuke dingen gedaan. Boos zit Annelies op haar kamer en schrijft een briefje naar mama dat ze eigenlijk wel die 4 euro heeft verdiend. Ze helpt immers regelmatig de tafel dekken, afruimen, de vaat doen, de bedden opmaken…Als mama het briefje gelezen heeft, komt ze bij Annelies op bed zitten en legt haar uit dat zij zelf zomaar alles gratis doet voor Annelies, die vele jaren lang.

Wat zal Annelies daarop antwoorden?

 

situatie 2:

Brecht zit een spannend boek te lezen in de zetel. De klok slaat negen uur, tijd om naar bed te gaan. Haastig leest Brecht door, het is nu te mooi om op te houden. Dan roept mama vanuit de keuken: Brecht, bedtijd! Mag ik dit hoofdstuk nog uitlezen? Vraagt Brecht. Mama is te druk bezig en hoort het niet. Haastig vliegen de ogen van Brecht over het papier. Als het hoofdstuk uit is, gaat hij een kruisje vragen. Slaapwel, jongen, zegt mama en de volgende keer mag het wel iets vlugger.

Wat antwoordt Brecht? Was hij fout?

 

situatie 3:

Vicky speelt graag computerspelletjes.Vandaag is ze al aan haar zevende spelletje toe, anderhalf uur lang. Mama vraagt: Haal nog vlug even een brood! Vicky heeft geen zin en daarom zegt ze: Ik ben net bezig aan een nieuw spel! Mama maakt zich boos en zegt Vicky de computer af te sluiten. Boos doet Vicky dit en dan rent ze vlug naar boven. Hard slaat de deur van haar kamer dicht. Na enkele minuten komt ze toch naar beneden, neemt de portemonnee en gaat om brood.

Wat kan Vicky tegen mama zeggen, als ze terug thuiskomt?

* Dingen die fout lopen komen soms aan als harde ballen.

We lezen de rebus.

Hoe reageren we op zulke situaties?

We kiezen uit de drie mogelijkheden en wegen voor en tegen af:

 

a. we kruipen in een hoekje tot de volgende confrontatie

b. we gooien de bal terug en veroorzaken zo een kleine oorlog

c. we rapen de bal op en stappen naar de aanvaller toe

* Sluit af met een kort gebed:

Vader, die me staat op te wachten,
geef me je Geest van verzoening.
Ontwar de knoop in mijn hart,
geef me een zoen,
zodat ik opnieuw vrede vind in mezelf.
Zet me dan op weg
om met jouw zoen in mijn hart
als eerste naar de ander te gaan
en vrede te sluiten.

tederheid

* We blazen een pluimpje van de één naar de ander, zonder dat het de grond raakt.

We voelen het pluimpje, strelen ermee en verwoorden onze ervaring ermee:

het ís zacht.

* We gaan er dieper op in met enkele vragen:

+ Welke gebaren zijn voor jou zachte gebaren? Welke zachte woorden worden vaak tot jou gesproken? Spreek je zelf ook wel eens…

+ Is zacht zijn “flauw”? Wanneer merk je dat? Geef voorbeelden.

+ Hoe ging Jezus met mensen om? Geef voorbeelden.

 

* We sluiten af met een gebed:

Dragende Vader,
geef me je Geest van tederheid,
wijs me de weg om zuiver en vol respect
tekens van liefde te geven met mijn hart én mijn lichaam.
Raak me aan met je woorden en gebaren
door Jezus aan mensen toevertrouwd,
want als Jij me beroert, ontdekt mijn hart de weg naar nieuwe tederheid
en die zal in staat zijn elke vriendschap anders en nieuw te kleuren.

waarheid:

*inleiding: we bekijken onszelf in de spiegel: Raar dat ik mezelf de ene dag geweldig vind, de volgende dag is er niets goed aan me.

Wat zie je in een spiegel? Zie je elke dag hetzelfde? Ziet iedereen hetzelfde in een spiegel?

 

Er is een groot verschil tussen wat je doet en wie je bent - verschillende soorten spiegels op de kermis – zo zijn we zelf ook vaak – we tonen onze diepste ik niet.

Wat leert het sprookje van Sneeuwwitje i.v.m. de spiegel?

spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

We willen beter zijn dan een ander – we zien alleen onze buitenkant

* jezelf kennen:

Schrijf twee dingen op over jezelf die waar zijn. Wie wil kan voorlezen. De anderen reageren.

Voor elk mens is de waarheid anders, precies omdat we elk met onze eigen gevoelens, onze eigen ideeën naar de wereld kijken.

Hoe weten we dan wat de " waarheid" is, wat "goed" is?

Als we het voorbeeld van Jezus volgen…

* Jezus’ waarheid:

We bespreken enkele uitspraken van Jezus: we nemen daarvoor het blad met de "weg" op ( zie hierna). Jezus zei immers van zichzelf: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Wat dat betekent kunnen we uit de vragen van de mensen en het antwoord van Jezus afleiden. Zoek dus samen wat samen hoort. Bespreek!

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, zegt Jezus

1. Hoeveel keer moeten we vergeven?
a. Hij zei tot de lamme: Vriend, Uw zonden zij je vergeven

2. Waarom zien we nog zo weinig van het Rijk Gods?
b. Als iemand de eerste wil zijn, moet hij ieders dienaar zijn.

3. Moeten we de zondag naar de mis gaan?
c. De eucharistie is er voor de mens, niet de mens voor de eucharistie

4. Is er in Gods ogen niemand verloren?
d. Niet 7x, maar tot 70 x 7 x moet je elkaar vergeven

5. Mogen wij een ander mens veroordelen?
e. Verkoop alles wat je bezit, geef het aan de armen. Dit zal je in de hemel brengen

6. Wat is het allerbelangrijkste in ons leven?
f. Een herder laat zijn 99 schapen achter om dat éne te zoeken dat verloren gelopen was

7. Kan een rijke in de hemel komen?
g. Gods wereld lijkt op een mosterdzaadje

8. Hoe moet een goede leider zijn?
h. Wees als de Samaritaan die medelijden had met de gewonde Jood, die zijn vijand was.

9. Hoe moeten we bidden?
i. Je moet elkaar graag zien, zoals ik jullie graag zie

10. Wie moet ik graag zien?
j. Onze vader, die in de hemelen zijt…

11. Hoe dikwijls moet ik een nieuwe kans geven?
k. Als je zelf zonder zonde bent, mag je de eerste steen gooien

 

* Waarheid een gave van de Geest:

Op zoek gaan naar wie je echt bent, vraagt veel moed. Vaak is er een groot verschil tussen wat je doet en wie je echt bent. Als je durft kijken naar de waarheid van je eigen spiegelbeeld, kun je je echt ik ontdekken. Daarvoor moet je een eerlijke spiegel bij de hand houden. Eentje waarin je ontdekt wat heel goed is in jou, wat een tikkeltje beter kan, maar ook wat helemaal nergens op lijkt. Alleen de waarheid kan ons vrij maken.

* gebed: we lezen samen

God, je kent mij door en door. Jij weet van mijn zitten, mijn opstaan, mijn
denken, mijn doen en mijn laten. Niets ontgaat jou.

Wat ik ook doen of laten wil,
jij weet het al.
Je bent achter mij, naast mij, rondom mij.

Je hebt sedert mijn geboorte

je hand op mij gelegd.
Je bent dichter bij me

dan mijn eigen gevoelens, verlangens,

mijn dromen, verdriet of pijn,

Bij jou mag ik zijn wie ik ben.

vreugde:

* inleiding:

+ we tappen enkele moppen

+ we kijken diep in elkaars ogen en proberen niet te lachen

+ we maken een lachslang ( Iedereen legt zijn hoofd op de buik van een ander, iedereen gaat lachen, eventueel met kriebelen )

+ we tekenen geblinddoekt

 

* verdieping:

+ we achterhalen de betekenis van lachen: humor – plezier door samenzijn – uitlachen – uiting van vreugde

* stiltemoment:

gebed
Lieve Vader,

die me tot een blij mensenkind wil maken,
geef me uw Geest van vreugde.
In de kleine dingen van elke dag wil ik ontdekken
hoe wonderlijk Jij bent, hoe mooi mijn leven is.
Leer me het stof van de oppervlakte vegen
om de echte vreugde te zien, die Jij in mij verborgen hebt.
Laat dan de vreugde en dankbaarheid schitteren in mijn ogen.
Laat mijn lachen vanuit het diepste van mijn hart
klateren als een beekje in het hart van anderen,
zodat mijn vreugde aanstekelijk wordt
en de wereld een blijer gezicht krijgt.
Heilige Geest, laat me delen in jouw vreugde en aanstekelijkheid.

bemoediging:

* inleiding:

We toetsen een ballon naar elkaar, eens in alle stilte, eens met aanmoediging.We verwoorden of er verschil te zien en te voelen is.

* een gesprekje:

+ Zijn er de komende tijd dingen die je moet aanpakken, waarbij je zeker aanmoediging kan gebruiken?

+ Wie bemoedigt jou? Waar haal jij je moed vandaan?

+ Wie moedig je zelf soms aan?

* afsluitende tekst lezen:

Een klopje op mijn schouder en ik kan weer een hele dag voort! Het is weinig, drie keer niets, en toch zo belangrijk: een eenvoudig woord om een ander moed in te spreken.

Een complimentje: … waw, jij kunt nogal!

Een schouderklop: … je raakt er, ik geloof in jou!

Een knipoog: … samen lukt het ons!

Drie keer niets en toch zoveel, want vaak kleeft er een pleister op je lippen,

precies op het ogenblik dat een ander iets goed doet. Raar toch!

Nochtans voel je het zelf ook: als iemand je bemoedigt, ga je groeien als een bloem
in de zon. Je groeit boven jezelf uit en bent weer in staat om bergen te verzetten.

Een vriend is immers iemand, die zo lang en zo diep in je gelooft, dat je weer in jezelf gaat geloven.

En als je dan de pleister van je eigen mond trekt, kun je ook anderen laten groeien. Jezus deed niets liever dan mensen bemoedigen. Hij wist dat zij in het leven geroepen waren als beeld van God zelf. Hij wist tot hoeveel dat beeld van God in staat is! Keer op keer zei Hij: Houd moed, je geloof zal je redden!

geloof:

* inleiding:

De vormelingen vullen de 3 onderstaande zinnen aan. Na verloop van tijd verwoorden ze wat ze schreven.

* ik geloof in …
* ik geloof niet in…
* ik denk dat ik geloof dat…

* Met wat de vormelingen schreven, maakt elk een eigen geloofsbelijdenis van een viertal zinnen.

* De geloofsbelijdenis wordt samen, zin per zin, gelezen. Bij elke gedachte waar kinderen “problemen” of “vragen” bij hebben, wordt gestopt en wordt erover gepraat.

We vergelijken de “kerkelijke” geloofsbelijdenis met wat we zelf schreven.

Referentie Joost Stroobandt
jostroo [at] scarlet [dot] be

 

 

 

vormsel op 17

contact

CCV in het bisdom Brugge
Groenhove
Bosdreef 5, 8820 Torhout
050/ 74 56 10
brugge [at] ccv [dot] be

 

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam-inzendingen te vermijden.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.